Als u ooit een morris-dansoptreden hebt bijgewoond, hebt u al deze en andere elementen kunnen zien. U hebt het resultaat aanschouwd van 500 jaar van evolutie in de dans. De morris-dans was in Engeland al populair voor de Spaanse Armada, Shakespeare’s geboorte en de rozenoorlogen.
The Morris Ring hoopt dat deze kleine brochure een handige inleiding vormt voor eenieder die meer wil weten over de morris-dans en Engelands tradities. De vaakst gestelde vragen aan morris-dansers luiden: waarom heet het morris-dansen, waar komt het vandaan en hoe oud is deze dans. Ook wordt wel eens gevraagd wie van het gezelschap Maurice heet.
Waarschijnlijk is de naam ‘morris’ afgeleid van het Franse woord morisque dat ‘dans’ betekent. Dat werd morisch in het Vlaams en vervolgens in het Engels moryssh, moris en uiteindelijk morris. Vlaanderen was in de 15e eeuw een bruisend centrum van cultuurvernieuwing in Europa en oefende in heel Europa een sterke invloed uit. De vroegste beschrijving van een morris-dans in Engeland stamt uit London en is gedateerd op 19 mei 1448, toen Moryssh daunsers voor hun diensten 7 shilling (35 pennies) betaald kregen.
Onder het bewind van koningin Elizabeth de Eerste werd de morris-dans al beschouwd als traditioneel en werd eraan gerefereerd in allerlei vroege toneelstukken. In veel toneelstukken stond een dans of jig beschreven die de hoofdrolspeler moest opvoeren. Will Kemp, een van de populairste acteurs in die tijd, ging tijdens de vastentijd (wanneer de wegen bijzonder slecht waren!) een weddenschap aan om van Londen naar Norwich te dansen: het Negendaagse Wonder (hoewel hij op de eerste maandag van de vastentijd vertrok en met Pasen aankwam). Grote aantallen toeschouwers dromden langs de weg om hem aan te moedigen.
Door de hele Engelse geschiedenis heen heeft de morris-dans zich op allerlei manieren gemanifesteerd. Vijfhonderd jaar geleden was het een dans voor een of twee personen, terwijl tegenwoordig vier of meer dansers deelnemen. Door heel Engeland is melding gemaakt van morris-dans en het is echt een nationaal verschijnsel.
Het verlies van de steun van de adel, veranderingen in de cultuur, migratie en de opkomst van andere vrijetijdsbestedingen hebben in de negentiende eeuw bijgedragen aan de achteruitgang van de morris-dans. De traditie leefde echter voort in enkele dorpen en werd hooggehouden door degenen bij wie het ‘in de aderen stroomde’.
Tegen het einde van de negentiende eeuw nam de ondernemer D’Arcy Ferris uit Bidford on Avon in Warwickshire een groep morris-dansers in betaalde dienst en liet hen optreden in ‘Olde English Revels’ en parades in de dorpen in de omgeving. Om sterker de indruk te wekken van een ‘Merrie Englande’, noemde hij de groep de ‘Shakespearean Bidford Morris Dancers’. In 1887 vierde koningin Victoria haar gouden jubileum en waren morris-dansers opnieuw in trek. In maart 1899 vroeg Percy Manning enkele dansers uit Headington Quarry om op te treden bij een lezing over oude gebruiken die hij gaf aan de Corn Exchange in Oxford.

Cecil Sharp bracht de kerst van 1899 door bij zijn schoonmoeder in Sandgate Cottage in Headington vlak bij Oxford. Op Tweede Kerstdag dansten de morris-dansers van Headington Quarry buiten het cottage op de met sneeuw bedekte oprit. Sharp was in die tijd muziekleraar in Londen en hij vond de deuntjes interessant en schreef ze op met hun leider en muzikant William Kimber. Sharp werd later een fanatiek verzamelaar van volksmuziek en bracht uiteindelijk meer dan honderdzeventig morris- en zwaarddansen bijeen. In 1911 stichtte en leidde hij de English Folk Dance Society en in 1932 ging deze organisatie samen met de Folk Song Society op in The English Folk Dance and Song Society.
In 1905 bedreven de suffragettes Mary Neal en Emmeline Pethick een club voor meisjes die in de kledinghandel van het West End van Londen werkten. De Espérace Working Girls Club gaf jonge meisjes een mogelijkheid om tijdelijk het harde dagelijkse leven te ontvluchten en bood activiteiten zoals zang, spel en sport. Ze hadden al volksliedjes geleerd en Mary Neal vroeg Cecil Sharp of er ook geschikte Engelse volksdansen waren. Sharp liet William Kimber en de dansers uit Headington overkomen naar Londen om de meisjes enkele dansen te leren, en ik april 1906 gaven zij hun eerste openbare optreden in de kleine Queen’s Hall.

Sharp publiceerde het Morris Book Part One in 1907, gevolgd door Part Two in 1909. In 1910 publiceerde Mary Neal het eerste Espérance Morris Book dat volksdansen, liedjes en morris-dansen beschreef. Toen volksdansen en volksliedjes aan populariteit wonnen, werd het gebruik ervan op scholen gesteund door de onderwijsraad.
Vanaf die tijd en tot in de jaren 1930 werd morris-dansen voornamelijk onderwezen in volksdansclubs op het platteland. Mensen leerden de dansen direct uit de boeken van Sharp en er werden zelfs examens gehouden!
In Thaxted in Essex werd de bevolking vanaf 1908 tot morris-dansen aangemoedigd door de lokale priester Conrad Noel en zijn vrouw Miriam. Sindsdien wordt daar elk jaar de morris gedanst. The Morris Ring hield sinds de oprichting in 1934 elk jaar een Ring Meeting in dit dorp, behalve in de oorlogsjaren 1939-45.

In 1924 maakten leden van de Cambridge Morris Men onder de naam de Travelling Morrice een ronde langs enkele van de dorpen waar Sharp morris-dansen had verzameld. Ze dansten in deze dorpen en ontmoetten er vele oude dansers die hen nog meer dansen, wijsjes en passen leerden. In de jaren daarop ging de groep vaker op tournee en werd gaandeweg nog meer materiaal verzameld.
In de late jaren 1920 en de vroege jaren 1930 werden door heel Engeland morris- en zwaardclubs gevormd. In 1934 kwamen zes van deze sides bijeen en richtten The Morris Ring op, de oudste organisatie van morris-dansers in Engeland. De aan de oprichting deelnemende sides kwamen uit Cambridge, East Surrey, Greensleeves, Letchworth, van de Universiteit van Oxford en uit Thaxted.
In november 1947 waren prinses Elizabeth (nu de Engelse koningin) en prins Philip op huwelijksreis in de Verenigde Staten en in 1951 brachten zij een staatsbezoek aan Canada. Zij werden gefotografeerd terwijl zij stijldansten. Samen met het Festival of Britain en de kroning zorgde dit indirect voor een groeiende interesse in volksdans en morris-dans en werden meer en meer sides opgericht. De populariteit van morris groeit altijd nog en ook tegenwoordig worden nog nieuwe sides gesticht.
Het merendeel van de huidige morris-sides is opgericht gedurende de afgelopen tachtig jaar. Elke club heeft een squire die verantwoordelijk is voor de prestaties en voor het leiderschap, een foreman of captain die leden de dansen leert, en een bagman die de functie van secretaris vervult. De clubs zijn autonoom en beslissen zelf wanneer, waar en welke dans zij opvoeren.
De sides oefenen gewoonlijk gedurende de wintermaanden en treden voornamelijk op in de zomer. Alle sides zullen nieuwe leden met open armen ontvangen. Als u ook deel wilt nemen, kunt u meer informatie vragen bij de dansers zelf, via de website van The Morris Ring onder Members or Associates door in het Engels een e-mail te sturen aan de bagman van The Morris Ring onder
Morris-dansen betekent verschillende dingen voor verschillende mensen. In de breedste zin van het woord gaat het om dansen met stokken, met zakdoeken of met zwaarden, maar omvat het ook andere vormen van ceremoniële dans en mumming en lokale seizoensgebonden gebruiken. Binnen het specifieke genre bestaan uiteenlopende soorten dansen die in het algemeen kunnen worden verdeeld in zes categorieën.

De sterkst verbreide dansstijl van dit moment wordt soms wel de ‘Cotswold morris’ genoemd en is afkomstig uit de South Midlands; een gebied dat Gloucestershire, Oxfordshire, Northamptonshire en Warwickshire omvat, maar wordt ook buiten dit gebied wel gepraktiseerd. Deze dansen worden gewoonlijk opgevoerd in groepen van zes of acht dansers en worden met name gekenmerkt door het zwaaien met zakdoeken, het op elkaar slaan van stokken en ook wel handgeklap. Bovendien kent deze stijl solo- en duo-opvoeringen die jigs heten. Het gebruik van zakdoeken stamt uit Shakespeare’s tijd en het gebruik van stokken werd voor het eerst beschreven in het midden van de zestiende eeuw.
Elke side heeft een eigen kostuum. Meestal bestaat dat uit een wit hemd, een witte broek of zwarte kniebroek en een band met bellen rond de schenen. Soms worden een of twee schouderbanden (de baldric, meervoud baldricks) over de borst gedragen, of rozetten op het hemd, en soms een vest met korte of geen mouwen. De meeste sides hebben een speldje of embleem dat aangeeft waar zij vandaan komen. De dansers leggen dit graag aan u uit!

De molly-dansen werden ontwikkeld in East Anglia. deze dansen werden opgevoerd in januari ter gelegenheid van de viering van Plough Monday. Het was de gewoonte van boerenknechten om een ploeg mee te nemen door de dorpen in de omgeving en daarmee een voor te maken in het gazon van de bewoner die hen niet (bijvoorbeeld met bier en eten) tegemoet kwam. De figuren die de dansen beschrijven zijn gebaseerd op de lokale dansen en worden zeer energiek opgevoerd.
De kostuums die de molly-dansers dragen zijn zeer individueel maar sterk gebaseerd op buitenwerkkleding en met kopspijkers beslagen schoenen. De dansers verbergen soms hun gezicht of maken het zwart zoals op de onderstaande foto. In de sociale geschiedenis van Engeland is dit een terugkerend verschijnsel: mensen die verboden activiteiten wensten te ontplooien maakten hun gezicht in vroeger tijden zwart om herkenning te voorkomen. Die activiteiten omvatten bijvoorbeeld smokkel maar ook morris-dansen!
De graafschappen langs de Welse grens, Hereford, Worcestershire en Shropshire, ontwikkelden een eigen dansstijl die eenvoudiger is dan de dansen uit de South Midlands. Deze dans onderscheidt zich door krachtiger passen, stevige slagen met stokken tegen stokken en begeleid door luide uitroepen, en wordt gedanst door vier, zes, acht of meer dansers.
Het kostuum omvat vaak een rag coat (een lange jas waarop tatters, kleine stukjes stof, zijn genaaid) en soms een formele pandjesjas. Net als de molly-dansers verbergen zij hun gezicht. Enkele moderne sides gaan daar nog verder in en dragen maskers.
Oorspronkelijk werd de begeleidende muziek gespeeld op een concertina of een accordeon met een tamboerijn. Tegenwoordig wordt de dans vaker begeleid door een morris big band, een hele groep muzikanten met accordeons, concertina’s, violen, slagwerk en koperblaasinstrumenten.
De morris in Cheshire en Lancashire stamt uit de industriële steden. De kostuums zijn vaak opvallender en aan de voeten dragen de dansers gewoonlijk schoenen met houten zolen en met ijzerbeslag op de hakken en zolen. De dans omvat heel veel passen en het ritme wordt benadrukt door het geluid van de harde zolen. Deze dansen worden het beste uitgevoerd met een bijna militaire precisie.
De clog-morris kan worden uitgevoerd als een parade waarin de dansers telkens enkele figuren opvoeren en de dans dan verderop in de straat herhalen, maar kan ook op een vaste plek plaatsvinden. In de vroege industriëe tijd werden de dansen vaak uitgevoerd door grote aantallen jongemannen in de Rushcart-ceremonies die plaatsvonden tijdens de Wakes Weeks. Voor deze dansen bestaat een team uit vier dansers of een veelvoud daarvan en houden de dansers vaak in elke hand een stok of sling (een stijve zakdoek of koord). De conductor (dirigent) stuurt de dans van buitenaf en maakt de dansers en muzikanten attent op belangrijke overgangen door op een fluitje te blazen.
Winster en Tidesdale in Derbyshire kennen dansen met figuren die lijken op die van de noordwestelijke morris maar omvatten ook elementen die karakteristiek zijn voor de zuidelijke morris zoals zakdoeken en de soort schoenen.

De longsword-dans komt uit Yorkshire. Deze dans wordt ook wel een hilt-and-point genoemd en wordt uitgevoerd door zes of acht dansers met zwaarden die zich in een cirkel opstellen. De zwaarden zijn ongeveer een meter lang en meestal gemaakt van staal. Ze hebben geen punt of snijvlak en hebben aan een uiteinde een houten handvat. Dit is duidelijk zichtbaar in de onderstaande foto.
Longsword-dansen komt in allerlei vormen voor in heel Europa, waar het in de Middeleeuwen een militaire achtergrond had. De dansers maken allerlei figuren waarbij ze steeds over de zwaarden heen of er onderdoor dansen, en in sommige dansen wordt de cirkel gebroken voor extra figuren die door paren worden uitgevoerd. De climax bereikt de dans in een figuur dat een star of lock heet — de zwaarden worden gekruist in een gesloten patroon, dat vervolgens aan het publiek wordt getoond. Een dergelijke kruising van zwaarden wordt ook gebruikt in het embleem van de English Folk Dance and Song Society.

In Durham en Northumberland kent men eigen versies van de zwaarddans: de rapper-dans. In deze dansen is het zwaard een vlakke reep flexibel of veerstaal van ongeveer 60 centimeter lengte met een draaiend handvat aan de ene kant en een vast handvat aan de andere kant. Een dergelijk zwaard kan helemaal tot een cirkel worden omgebogen, en voor sommige figuren is een dergelijke flexibiliteit werkelijk vereist!
De rapper-dansen worden uitgevoerd door vijf dansers en worden vaak aangevuld met de rollen Tom en Betty. De kostuums die de dansers dragen zijn aangepast op de snelheid die de dans vereist — schoenen met harde zolen, hoggers (een open kniebroek die oorspronkelijk door mijnwerkers werd gedragen) en een wit hemd zijn de norm.
Net als andere vormen van morris-dans heeft rapper enkele unieke eigenschappen: het is de snelste van alle bekende dansen, neemt de minste ruimte in (en wordt dan ook vaak uitgevoerd binnen pubs!) en is fysiek de meest veeleisende dans, waarbij in sommige dansen zelfs achterwaartse salto’s worden uitgevoerd!

Aan het begin van de vorige eeuw, toen Sharp en andere verzamelaars voormalige morris-dansers zoals Thomas Wright (zie onder) opzochten, schreven ze de dansen en de muziek op. In sommige gevallen kenden maar een of twee mannen uit een gebied de lokale dansen, terwijl in andere gebieden nog steeds sides actief waren. In Bampton in the Bush (Oxfordshire) wordt de morris-dans bijvoorbeeld al meer dan vierhonderd jaar zonder onderbrekingen uitgevoerd. Op de foto op de voorkant zijn de Traditional Bampton Morris Dancers te zien.
Traditioneel werd de morris gedanst op gezette tijden van het jaar: in de South Midlands werd dit vroeg in de zomer gedaan rond Whitsuntide. Optredens van de noordwestelijke morris vonden plaats tijdens het jaarlijkse Rushbearing (in de zomer) en longsword- en rapper-dansen werden gewoonlijk opgevoerd tijdens Kerstmis en Nieuwjaar. Natuurlijk konden sides ook op andere momenten optreden: vooral wanneer daar wat aanmoediging in de vorm van een betaling (of bier!) aan was verbonden. Toen Cecil Sharp de Headington Quarry Morris Dancers zag optreden op Tweede Kerstdag in 1899, verontschuldigden zij zich voor hun optreden buiten het seizoen, maar de winter was streng en zij waren hardwerkende mannen die een beetje bij probeerden te verdienen!
Mumming is een traditionele vorm van toneel die in allerlei uitvoeringen voorkomt. Mumming is de algemene benaming, maar elke streek kent wel een eigen naam (en eigen toneelstukken) ervoor, bijvoorbeeld souling, tipteers, plough jacks en pace-eggers. In verschillende streken worden verschillende soorten toneelstukken opgevoerd op gezette tijden in het jaar, maar meestal tussen eind oktober en Pasen.
Voor zulke toneelstukken is een podium niet vereist, en meestal worden ze opgevoerd in wat een roundinaspace wordt genoemd — in een pub, buiten op straat of waar dan ook maar ruimte is! De meeste toneelstukken zijn voor 1914 opgeschreven en het optreden en de uitvoering werden destijds bijzonder serieus genomen. Toch worden de verzamelde teksten tegenwoordig voornamelijk als leidraad gebruikt en veranderen de acteurs die naar eigen inzicht en gebruiken eventueel nieuwe requisieten.
Mummers dragen meestal een vermomming; sommige traditionele mummers droegen uitgebreide streamers, gemaakt van behang, lappen of kranten, die hen van top tot teen bedekten, terwijl anderen een kostuum droegen dat bij hun rol paste.

Sommige morris-dansers voeren rond Kerstmis een lokaal toneelstuk op, met name wanneer ze dansen op Tweede Kerstdag of op Nieuwjaarsdag. Vaak voeren ze een spel op met een held en een gevecht, dat begint met Father Christmas die zichzelf als volgt voorstelt aan het publiek:
In comes I, Old Father Christmas,
Am I welcome or Am I Not!
I hope Old Father Christmas will never be forgot.
Dan stelt hij andere rollen voor aan het publiek, bijvoorbeeld St. George, een Turkse Ridder en een Dappere Soldaat. Er komt een gevecht en er sterft iemand. Een zeer geleerde Dokter verschijnt die de dode reanimeert (zie onder) met een fantastisch brouwsel zoals de Golden Gloucester Drops of misschien de Quick Risers!
Mummer-spelen zijn uiterst vermakelijk — probeert u er vooral eens een bij te wonen.

Engeland kent allerlei eigenaardige traditionele gebruiken. De Britannia Coco-nut Dancers uit Bacup (Lancashire), de Abbots Bromley Horn Dancers (Staffordshire) en de Minehead (Somerset) en Padstow (Cornwall) ’Obby Osses zijn uniek en mogen alleen optreden in de eigen streek.
De verschillende Jack-in-the-Green-vieringen in Rochester (Kent), Hastings (East Sussex) en Greenwich (Londen, zie onder) bestaan nu omdat lokale morris-sides ze in de afgelopen jaren nieuw leven in hebben geblazen. Als een oud gebruik zo herleeft kan dit interessante nieuwe vormen opleveren die afwijken van vroegere gebruiken.
Het is de moeite waard om door Engeland te reizen en kennis te nemen van deze tradities. De oorsprong van veel tradities is allang vergeten, maar alle oude gebruiken dragen bij aan het rijke boeket van het Engelse cultureel erfgoed.
Morris-dansen is onmogelijk zonder passende muzikale begeleiding. Van oudsher werden de dansen uit de South Midlands begeleid door een fluit en snarentrom, de whittle and dub. De melodie werd gespeeld op een fluit met drie gaten, en het ritme op de trommel of tabor die hangt aan dezelfde arm waarmee de fluit wordt bespeeld en die wordt geslagen met een stok de andere hand.
Tegen 1840 had de viool de fluit en trom opgevolgd als belangrijkste instrument. De viool heeft een veel groter toonbereik en kan in meer toonsoorten worden bespeeld dan de fluit en trom, maar veel dansers vonden het toch moeilijk om te dansen zonder een afzonderlijke ritmische begeleiding.
Rond 1880 kwamen de melodeon en de Engelse concertina in zwang. Deze instrumenten konden weliswaar in maar twee of drie toonsoorten worden bespeeld, maar waren ideaal voor muzikale begeleiding — een goede beheersing van de blaasbalg geeft een staccato dat prima past bij de dans. De klavieraccordeon, die werd ontwikkeld in het begin van de 20e eeuw, is ook populair geweest als begeleidingsinstrument voor de morris-dans.
Luisteren: Muziek van fluit en trom van Joan Sharpe
De melodieën die voor morris-dansen worden gebruikt zijn afkomstig uit allerlei bronnen. Sommige stammen uit de late Middeleeuwen terwijl andere populaire wijsjes waren in de 18e en 19e eeuw. Veel dorpen kenden vroeger eigen varianten van de bekende melodieën.
De muziek die in de noordwestelijke clog-morris wordt gebruikt is gelijkmatiger en meer militair van vorm. Tot de populaire melodieën rekenen we bekende marsen zoals The British Grenadiers, The White Cockade en A Hundred Pipers. In de late 18e eeuw werd de muzikale begeleiding verzorgd door een fife and drum band. Later, toen koperblaasinstrumenten in gebruik kwamen, begeleidde een fanfare de dansers. Tegenwoordig wordt veelal een combinatie van koperblazers en melodeons gebruikt.
De melodieën die voor rapper-dansen worden gebruikt zijn gewoonlijk jigs (melodieën in 6/8 maat) die snel worden gespeeld: gebruikelijk is een tempo van 160 slagen per minuut of meer dat door een enkele muzikant wordt gespeeld. Zo kan een snelle en opwindende dans zich ontwikkelen en zijn spectaculaire bewegingen mogelijk.
Sommige componisten hebben arrangementen gemaakt van de traditionele melodieën. Percy Graingers bewerkingen van Country Gardens en Shepherd’s Hey zijn daar goede voorbeelden van.

De fool (nar) speelt een belangrijke rol in elke side die dansen uit de South Midlands beoefent. De nar schept een band tussen de dansers en het publiek: hij vermaakt en provoceert. Historisch was de nar echter de beste danser van een side en werd hij zo nu en dan gevraagd om zijn vaardigheid te tonen door een solo jig op te voeren. De nar heeft geen speciaal kostuum: elke nar kleedt zich zoals hij wil. Vaak draagt de nar een korte stok met een varkensblaas aan een koordje. Dit voorwerp vervult een belangrijke functie — wanneer een van de mannen zich niet voldoende inzet tijdens de dans of wanneer iemand iets verkeerd doet, is het de taak van de nar om hem tot betere prestaties aan te sporen. En hoe kan dat nu beter dan door de overtreder tegen hoofd of achterste te slaan met een blaas? Naast de nar kent een side misschien ook nog een mythish en mysterieus beest (beast). Van oudsher nam dit beest de gedaante aan van een stokpaard, maar tegenwoordig kan het evengoed een draak of eenhoorn zijn. U kunt er gerust op zijn dat alle morris-beesten goedaardig zijn en verder vooral doen waar ze zo goed in zijn: het publiek plagen, vooral kinderen. Verder houden ze van zonnebaden, fietsen, bier drinken en eten — en geld verspillen.
Deze brochure bevat maar een oppervlakkige beschrijving van morris-dansen — het is een zeer veelzijdig onderwerp. De volgende boeken geven meer informatie dan in dit werkje kan worden geboden. Misschien zijn ze zelfs te leen in uw plaatselijke bibliotheek!
Tekst: Sean Goddard, lay-out en presentatie: Eddie Dunmore.
Onze dank aan alle leden van de morris-gemeenschap
WWW:
Foto’s eigendom van Hilary Blanford; Duncan Broomhead;
Eddie Dunmore; John Frearson; Sean Goddard; Roger Jackson;
Jon Wimhurst; Monkseaton Morris Men; en The Morris Ring Photograph
Archive (beheer: Barry Care, MBE). © The Morris Ring, 2004
Dutch Translation: ©
,
2005
The basic text and illustrations from Ther Morris Tradition booklet have been kept intact, but with some layout and minor text changes. Various links to further information about contemporary Morris have been added.
The largest change is the provision of translations of the booklet into Dutch, French, German, and Spanish (as of October 2007). Morris dancing is very poorly described in most languages other than English, indeed the only other description and discussion of morris dancing appeared in a recent book by Juan Urbeltz, "Danzas morris, origen y metáfora" Pamiela, Pamplone-Iruña ISBN: 978-84-7681-506-9. Juan, very kindly provided us with the Spanish translation.
When the St Jozef choir boys voices were breaking, Theo Driessen, in 1935, introduced Morris Dancing as a way to keep them together. Thus the Dutch translation is particularly apposite since one of the first Morris Sides was started in Helmond in the Netherlands in 1935, only a year after the foundation of the Morris Ring. Our special thanks to all the translators, and if any one can provide more translations: Italian, Urdu, Arabic, Polish, Russian, Chinese ...
Problems with this on-line version should be blamed on the Web Editor, rather than the Morris Tradition booklet. authors.
In 100 years from now someone, maybe a great grand daughter or son, will look at our cover picture and ask 'who is that dancer?' So here is a key to the dancers and musicians that we think were present that Whit Monday when the picture was taken.
Traditional Bampton Morris Dancers are dancing Shepherd's Hey (Two by Two) in front of The Deanery, Bampton, on Whit Monday, May 25th 1998
1: Josh Smith 2: Charlie Adams 3: Anthony Collett 4: Brien O'Rourke 5: Roy Franklyn 6: Darren Lloyd 7: Frank Purslow (Musician) 8: Barry Care 9: Paul Smith (Musician) 10: Lawrence Adams (Squire) 11: Luke Fowler 12: Steve Coad 13: Mike Shrimpton 14: Nick Locke 15: Geoffrey Coad 16: Simon Care (Musician) {Simon is behind his father, Barry, you can just see his shoe!}
'Photo by Eddie Dunmore. Thanks to Traditional Bampton Morris Dancers and Hilary Blanford for identifications.